Volgens de Keltische traditie brak op de avond vóór 1 november de winter en het nieuwe jaar aan. Voor hen was de avond van 31 oktober dus oudjaar. Geen wonder dat Samhain (Halloween) één van de twee belangrijkste feesten (sabbats) was!
Maar er was (is?) meer. De avond van 31 oktober werd aanzien als een mysterieus moment, een tijd die niet behoorde tot de toekomst of het verleden, tot deze noch de andere wereld. Die nacht is de barrièrre tussen beide werelden ook heel dun of zelfs weg, waardoor mensen naar de andere zijde kunnen, en de doden ons kunnen bezoeken. Zo geloofde men dat de geesten van onze dierbare overledenen zich kwamen warmen aan de vuren die zo typisch waren voor Halloween en Walpurgis.
Samhuin (=Samhain, Halloween) Schots Gallisch wat je het beste kan vertalen als “Alle Heiligen”.
In die tijden was het onmogelijk om de hele veestapel tijdens de winter te behouden wegens het gebrek aan voedsel. Bijgevolg werd tegen Halloween beslist welke dieren mochten overleven en welke geslacht en gepekeld zouden worden.
Ook alle groenten en gewassen moesten ten laatste 31 oktober geoogst worden. Niet alleen omdat ze anders dreigde slecht te worden door de aankomende winter, doch ook omdat men geloofde dat op tijdens de nacht van Halloween de “Pooka” (of Púca), een monsterlijk wezen, over de velden dwaalde en alle gewassen aantastte waardoor ze oneetbaar zouden worden.
Halloween was dus zowel praktisch als geestelijk een belangrijk keerpunt in het Keltische jaar! Het oude ging dood, en het nieuwe was nog ongeboren. Wat veel onzekerheid met zich meebracht.
Maar Halloween is ook altijd een groots feest geweest! Een feest waarbij er veel gegeten en gedronken werd.
Gedurende deze periode werden tijdens Samhain ook mensenoffers gebracht. Misdadigers die voor dit doel werden “opgespaard”, maar ook koningen. Het is opvallend hoeveel koningen in de Keltische en Noorse mythologie gestorven zijn op 31 oktober!
Net als alle belangrijke paganistische feesten werd Halloween overgenomen door de Christelijke kerk. Gezien het feit dat er met de doden gecommuniceerd kon worden werd het feest overgenomen als Allerheiligen. Eigenlijk bestond Allerheiligen al als Christelijk feest, doch paus Gregorius IV besloot deze feestdag in 834 te verplaatsen van 13 mei naar 1 november om een alternatief voor Halloween te kunnen aanbieden. Later is Allerzielen hier aan toegevoegd in de hoop de gelegenheid belangrijker te maken voor niet-klerikalen.
De later opgerichte protestantse kerk verwierp echter deze feestdag en zo heeft het zelfs tot 1928 geduurd tot Allerheiligen door de Anglikaanse kerk als feestdag werd ingesteld.
Toen Anton Lavey in 1966 de Satanskerk oprichtte heeft hij alle sabbats overgenomen als Satanische feestdagen waardoor Samhain nu na Walpurgis de belangrijkste feestdag is voor de “Duivelaanbidders”.
Toch verklaart dit niet dat op vele plaatsen in de wereld en in verschillende religies de nacht van 31 oktober op 1 november de grens tussen de levenden en overlevenden als dun of verbroken geacht wordt. Een goed voorbeeld is het dodenfeest van de Mexicaanse idianen dat zich rond dezelfde periode afspeelt en al bestond toen er nog geen contacten waren tussen het Europese en Amerikaanse continent.