Gent (Frans: Gand) is de hoofdstad van de Vlaamse provincie Oost-Vlaanderen en van het arrondissement Gent in België. Gent heeft een oppervlakte van 156,18 km² en telt ruim 237.000 inwoners (2008), waarmee het naar inwonertal de op één na grootste gemeente van België is.
Gent ontstond uit Keltische woonkernen in het gebied van de samenvloeiing van de Leie en de Schelde. In de middeleeuwen groeide Gent onder impuls van een bloeiende wolnijverheid uit tot één van de grootste steden van Europa. Ook de vlas- en linnennijverheid en het stapelrecht op graan dat Gent verwierf droegen aanzienlijk bij tot haar welvaart. Na een korte calvinistische periode kende de stad een zeker verval dat pas keerde tegen het einde van de 18e eeuw, toen de katoennijverheid Gent tot één van de eerste industriesteden van het Europese vasteland maakte. In het Hof ten Walle, het latere Prinsenhof, werd op 24 februari 1500 de latere Keizer Karel geboren. In de stad werden ook de Pacificatie van Gent (1576) en de Vrede van Gent (1814) ondertekend.
Gent wordt ook wel de Fiere Stede of de Arteveldestad genoemd. Wegens zijn ligging in een uitgestrekt gebied van bloemen- en plantenkwekerijen wordt Gent ook de Bloemenstad genoemd (zie Gentse Floraliën). De inwoners van Gent dragen de bijnaam Stroppen (Stropdragers). In Gent spreekt men het Gents, een dialect dat behoorlijk sterk van de andere Oost-Vlaamse dialecten afwijkt.
De patroonheiligen van Gent zijn de heilige Lieven en Pharaïldis. Sint Bavo is de patroonheilige van het bisdom Gent; naar hem is de Sint-Baafsabdij vernoemd.
Gent telt meer dan 9800 bestaande objecten die zijn aangemerkt als waardevol onroerend erfgoed. Een groot deel hiervan is beschermd erfgoed.
De historische binnenstad van Gent is zeer bezienswaardig. Het stadssilhouet ervan wordt gedomineerd door 'de drie torens', ook wel de Gentse torenrij genoemd: de 95 meter hoge belforttoren, de Sint-Baafskathedraal (oorspronkelijk de Sint-Janskerk) met het wereldberoemde retabel Het Lam Gods van Jan van Eyck en de Sint-Niklaaskerk. Omdat die torens zo specifiek zijn voor het stadsbeeld, ontwierp Henry Van de Velde in de jaren dertig de "Boekentoren", als bibliotheek voor de Universiteit Gent. De Boekentoren wordt door velen aangezien als de vierde toren van Gent.
Gent is rijk aan een groot aantal civiele bouwwerken, zoals dat onder meer te zien valt aan de Graslei en de Korenlei met hun voorname gildenhuizen en andere panden, waaronder het Oude Postkantoor. Eén van de grootste en belangrijkste civiele monumenten in de binnenstad is het Gravensteen, een kasteel en grafelijke residentie uit de twaalfde eeuw met een nog vrijwel intact verdedigingssysteem. Het is de enig overgebleven middeleeuwse burcht in Vlaanderen. Een ander gebouw met historische waarde is het Prinsenhof, waar in 1500 keizer Karel V geboren werd, die als keizer van het Heilige Roomse Rijk over het grootste Europese rijk sinds Karel de Grote regeerde. het Sint-Jorishof is het oudste hotel van Europa.
Tegen het reeds genoemde belfort, dat dateert uit de veertiende eeuw en de status van UNESCO-Werelderfgoed heeft, aan bevindt zich de Lakenhalle, in de middeleeuwen het centrum van de Gentse wol- en lakenhandel. Vlakbij het belfort en de lakenhal ligt het laatgotische stadhuis. Het Geeraard de Duivelsteen werd gebouwd in de dertiende eeuw, maar doorging door de jaren heen tal van veranderingen; vandaag de dag fungeert het als rijksarchief. De stadsopera, de Gentse Opera, is gevestigd in een neoclassicistisch pand uit de negentiende eeuw.
Van de de oude stadsomwalling resteren nog het Rabot en de Peperbus. Voor de verdediging van hun stad beschikten de stad vanaf de zestiende eeuw tevens over de Dulle Griet, een imposant middeleeuws kanon van ruim vijf meter lang. Het bevindt zich tegenwoordig bij de Vrijdagmarkt, één van de oudste pleinen van de stad en, zoals de naam doet vermoeden, elke vrijdag het toneel van een markt. Andere noemenswaardige (voormalige) markten zijn de Oude vismijn, één van de oudste markten van de stad, en het Groot Vleeshuis, een middeleeuwse markthal.
Gent kent naast de civiele, ook veel religieuze bouwwerken. Behalve de eerder genoemde Sint-Baafskathedraal en Sint-Niklaaskerk bevinden zich in de stad nog twee andere middeleeuwse kerken: de Sint-Jacobskerk en de Sint-Michielskerk. Laatstgenoemde was in plannen uit de zeventiende eeuw voorzien van een ruim 130 meter hoge toren, maar om financiële redenen werd dat plan nooit werkelijkheid. De, vermoedelijk, oudste kerk van de stad bevindt zich echter niet in de historische kern, maar in de wijk Ekkergem: de Sint-Martinuskerk, voor het eerst vermeld in 941. Eveneens buiten het centrum staat de Sint-Annakerk, een negentiende-eeuwse kerk in Rundbogenstil.
Gent telt niet alleen kerken, maar ook nog een groot aantal andere religieuze bouwwerken. Zo zijn er de twee voormalige abdijen, beide gesticht in de zevende eeuw: de Sint-Pietersabdij en de Sint-Baafsabdij. Van de drie begijnhoven in de stad - het Oud Sint-Elisabethbegijnhof, het het Nieuw Sint-Elisabethbegijnhof en het Begijnhof O-L-V Ter Hooie - staan zijn de twee laatstgenoemden onderdeel van de Werelderfgoedinschrijving Vlaamse begijnhoven. Het Pand, tot slot, is een voormalig dominicanenklooster uit de dertiende eeuw; tegenwoordig is het eigendom van de universiteit.
Ook de diverse parken en groengebieden in de stad kunnen tot de bezienswaardigheden van Gent worden gerekend.